VSR-Food ATP - UV

VSR-Food ATP en UV



ATP en ultraviolet: Wat meet je ermee en wat kun je ermee?
Om de kwaliteit van schoonmaak te beoordelen worden verschillende methoden ingezet. Naast het VSR Kwaliteitmeetsysteem komen ATP-metingen en UV-metingen meer in gebruik.

ATP-metingen


Adenosi-Tri-Fosfaat (ATP) is het stofje waar levende cellen hun energie in opslaan. Het komt dus in alle levende organismen voor. Door het met chemicaliën vrij te maken uit een monster en te laten reageren met een enzymcomplex, luciferine/luciferase, ontstaat licht. Dat wordt gemeten met een lichtmeter en uitgedrukt in RLU, Relative Light Units, relatieve lichteenheden. Hoe meer ATP, des te meer licht. De meting zegt dus iets over de totale hoeveelheid vervuiling die levende organismen als bron hebben, inclusief huidschilfers, stuifmeel en zo voort.

Alleen in zeer schone omgevingen, zoals in de voedselverwerkende industrie na schuimreiniging, is er een relatie tussen de hoeveelheid ATP en het aantal micro-organismen. Vele zaken kunnen de uitkomsten van een ATP-meting beïnvloeden: plaats, tijd, tijd na schoonmaak, persoon die de monstername doet, type apparatuur en chemicaliën, gekleurd vuil en vervuiling van de lichtmeter. Of een toevallig aanwezig draadje van een onschuldige schimmel.
Pas als er meer dan 100.000 bacteriën op het meetoppervlak zijn, vindt de ATP-methode ze. Al met al is de ATP-methode ongevoelig voor micro-organismen en juist gevoelig voor verstoringen. De methode kan dus niet gebruikt worden om de hygiëne te meten.

Regelmatig uitvoeren van ATP metingen op vaste plaatsen en tijden en door één persoon kan wel een indruk geven van de veranderingen in de kwaliteit van schoonmaak – maar bedenk dat veranderingen in het vuilaanbod (zoals het aantal personen dat een ruimte gebruikt) zeker zichtbaar zullen zijn. Het is daarom aan te bevelen om vóór en (enkele uren) na schoonmaak te meten.
Voor zover ons bekend bestaan er geen statistische methodieken die aangeven hoe vaak ATP-metingen moeten zijn uitgevoerd om betrouwbare uitspraken te kunnen doen.

Ultraviolet-metingen


Een aantal normaal gesproken onzichtbare vervuilingen fluoresceert, licht op, als ze worden beschenen met ultraviolet (UV) licht. UV is onzichtbaar voor het menselijke oog, hoewel veel UV-lampen een blauwige of paarsige (violette) gloed hebben omdat UV daar veel op lijkt, vandaar de naam: ultra-violet. UV-lampen staan ook bekend als ‘blacklights’, zoals die in disco’s wel worden gebruikt. Allerlei stoffen lichten op onder UV: urineresten en andere lichaamsvloeistoffen zoals huidvet; verschillende soorten (geverfd) textiel, en ander vuil van dierlijk of plantaardige oorsprong.
Ook restanten van schoonmaakmiddel en kalkresten kunnen zichtbaar worden gemaakt. Sommige oppervlakken lichten zelf op; dan is eventuele vervuiling niet te zien.

UV-lampen worden al lang ingezet om deeltjes op te sporen op producten die in cleanrooms gemaakt worden, en ook voor het controleren van de effectiviteit van food-procesreiniging. De UV-LED (Light emitting diode, een kleine en energiezuinige lamp) maakt lichtgewicht en veilige toepassing mogelijk, al blijft het af te raden met de lamp in ogen te schijnen. Normalister wordt UV van 365 nanometer gebruikt, dat valt in het bereik van UV-A (315-400 nm) en dat veroorzaakt geen verbranding of andere effecten in de huid.

Met UV zijn methode fouten zichtbaar te maken zoals het stelselmatig missen van delen van het te reinigen oppervlak, het versmeren van vuil naar randen en hoeken, of lekstrepen van schoonmaakmiddel. Ook toevallige fouten worden zichtbaar, als het meeste vuil verwijderd is, maar ergens een plaats gemist is. Een schoon oppervlak ziet er egaal uit en kan individuele spikkels laten zien van stofdeeltjes zoals textielvezels die na schoonmaak al weer op het oppervlak zijn gevallen.

De resultaten kunnen dus meegewogen worden bij de kwaliteitsbepaling, als dat van te voren contractueel zo is vastgelegd. Gebruikelijker is om de UV-lampen (eerst) in te zetten om personeel en leiding bewust te maken van eventuele problemen en dan om ze te trainen in een betere (begeleiding van) schoonmaak.

Conclusie


De ATP- en UV-methode kunnen interessante aanvullingen zijn op het VSR-KMS. De ATP-methode geeft semi-kwantitatieve resultaten, die sterk beïnvloed kunnen zijn door vuilaanbod, methode fouten en andere omstandigheden. Wij adviseren deze meetmethode alleen te gebruiken om trends in schoonmaakkwaliteit te ontdekken. Er zijn geen grenswaarden bekend en die zouden overigens per type meetapparaat verschillen. Een direct verband met microbiologische hygiëne mag niet worden gelegd.
Dat zelfde geldt voor de UV-methode. Die heeft als grootste voordeel dat onzichtbare vervuiling direct zichtbaar wordt gemaakt. Er is geen kwantificering, wel kan worden geteld hoeveel plekken ten onrechte niet gereinigd zijn. De methode is zeker (kosten) effectief als trainingsmiddel van schoonmaakpersoneel en voor bewustwording bij het management.

Tot slot
Voor productieomgevingen kent VSR de VSR praktijkrichtlijn VSR-PR-1-2; 2-1; 2-2 en 2-3 Bepaling reinheid classificaties en controle van kritische oppervlakken in productieomgevingen. Deze richtlijn kan dienen als inspiratiebron voor wie het nodig vindt om de visuele VSR-KMS metingen aan te vullen met ATP- of UV- methoden.